Kinderen uit de diamantmijnen van Sierra Leone halen, scholing voor ze opzetten en tussendoor ook nog assistent-coach van het nationaal elftal van Sierra Leone worden…

Journalist Sander de Kramer deed het allemaal. In het boek Chief Ouwe Dibbes beschrijft Jochem Davidse hoe Sander de Kramer zich inzet voor Sierra Leone en welke opmerkelijke avonturen hij meemaakt. Een gesprek met de auteur en ‘de man die een week in een dag leeft’. 

Op het terras van de Rotterdamse wijnbar waar Sander de Kramer en Jochem Davidse hebben afgesproken voor dit interview, is het op deze uitzonderlijk warme oktobermiddag druk. Aan een tafeltje verderop zit een ouder stel dat belangstellend meeluistert naar het gesprek. Ineens verslikt de vrouw zich in haar drankje en begint te proesten. Iedereen op het volle terras kijkt naar haar, maar niemand zegt of doet iets. Behalve Sander. ‘Wilt u een glaasje water?’, vraagt hij. De vrouw knikt en krijgt een glas water. ‘Ik kan het gewoon niet’, zegt Sander, ‘toekijken als iemand hulp nodig heeft.’

Chief Ouwe Dibbes Sander de KramerIn Sierra Leone kunnen veel mensen dat bevestigen. Nadat Sander als journalist in 2007 een artikel schreef over kinderarbeid in de diamantmijnen in Sierra Leone, besloot hij deze kinderen uit de mijnen te halen. Toen dat was gelukt, wilde hij meer doen. Scholen moesten er komen, zodat de kinderen uit de mijnen konden leren. Hij startte ook hulpprogramma’s voor voedsel en medicatie. Uit dankbaarheid is hij zowel in het noorden als het zuiden van Sierra Leone tot chief gekroond, een soort burgemeester van een regio. Zo klinkt het bijna simpel, alsof alles moeiteloos verliep. Maar uit het boek Chief Ouwe Dibbes blijkt wel dat het soms ronduit gevaarlijk werk was.

Waarom moest dit boek er komen?
Sander: ‘Ik heb last van een pieptoon in mijn hoofd. Met psychiater Bram Bakker sprak ik hierover en ik vertelde hem ook over mijn leven in Sierra Leone. Ik had zo veel meegemaakt. Daar moet je een boek over maken, raadde hij me aan. Ook al ben ik journalist, zo’n boek zelf schrijven kon ik niet. Dat zou toch een beetje narcistisch zijn. Ik kwam al snel terecht bij Jochem die voor Panorama een reportage had geschreven over een van mijn reizen naar Sierra Leone. Die was heel goed ontvangen. Zo’n vorm van reisreportage en achtergrondverhaal moest het worden. Doordat Jochem over mij schreef, kon hij ook grappige anekdotes beschrijven van onze reis door Sierra Leone. Neem die passage over mijn honorary cap, een mutsje dat ik daar altijd bij me heb (dat elke chief draagt, red.). Sander noemde het eerst nog mijn petje maar het is super heilig in het land. Tijdens onze reis kwamen op een ochtend twee mannen langs bij mijn lemen hut. Ze wilden mijn honorary cap strijken. Ik lag nog te slapen. In de brandende zon hebben ze 1,5 uur gewacht tot ik wakker werd want een chief mag je nooit wekken. Zoiets had ik zelf natuurlijk niet snel opgeschreven.’

Jochem Davidse auteur Chief Ouwe DibbesJochem: ‘Die afstand heb je als schrijver nodig. Als Sander ergens in een dorp aankomt, wordt hij opgewacht door een juichende menigte en wordt hij letterlijk op de schouders genomen. Zou hij dat zelf beschrijven, dan gaat dat denk ik een beetje jeuken. Bovendien kijk ik met andere ogen. Sander reist rond alsof het Rotterdam is. Voor mij is het allemaal nieuw. Ik heb veel meer die verbazing en frisse blik.’

Hoe zijn jullie te werk gegaan?
Jochem: ‘Ik ben twee keer met Sander meegereisd naar Sierra Leone. De eerste keer gingen zijn ouders en dochter nog mee, maar de tweede keer waren we echt samen waardoor hij helemaal zijn gang kon gaan.’

Sander: ‘Ik wilde hem laten zien welke ontberingen ik de afgelopen jaren had doorstaan. Nu gaat het misschien iets makkelijker, maar in het begin deed ik alles nog met dubbeltjes en stuivers. Het liefst leef ik net als de Sierra Leoners. Als ze zien dat ik net als zij in een lemen hut slaap tussen de spinnen en de slangen of met een poda poda reis, een busje waar negen man in kunnen maar wel 25 Afrikanen ingaan, dan zien ze ook dat ik een van hen ben. En dus niet als andere hulpverleners die voor 100 dollar in een bed liggen, terwijl je met dat geld bijvoorbeeld ook alle kinderen van een school te eten had kunnen geven. Tijdens onze reis heb ik Jochem veel verhalen verteld over wat ik al die tijd had meegemaakt. Die zaten nog allemaal in mijn hoofd. ‘

“Het liefst leef ik net als de Sierra Leoners. Als ze zien dat ik net als zij in een lemen hut slaap tussen de spinnen en de slangen dan zien ze ook dat ik een van hen ben.”

Jochem: ‘Vlak voor onze vlucht ploften we op een terrasje neer en zei Sander letterlijk: ‘Zo, nu gaan we beginnen’. Ik denk dat ik vanaf dat moment en ook nog tijdens de vlucht bijna non-stop in mijn blocnote heb zitten krabbelen. Toen we in Freetown landden, was mijn schriftje al vol. In het boek zit natuurlijk een hoop ellende, die vrolijke verhalen van Sander had ik nodig voor een beetje lucht. Anders wordt het zo zwaar. Het klinkt misschien raar, maar in Sierra Leone is ook een hoop vrolijkheid te zien.’

Sander: ‘Mensen op straat lachen meer dan hier.’

Jochem: ‘Toen we in Freetown landden, stond daar een groep mannen in rode pakken voor ons in de rij. Dat was het nationale karateteam van Sierra Leone. Dan zegt Sander: ‘Zal ik er een op zijn muil slaan’. Kijk, dat is ook Sander. Met hem valt ook een hoop te lachen.’

Sander: ‘Veel hulpverleners zijn nogal zwaar op de hand. ‘Oh, wat is het toch allemaal erg’. Maar ho even, zo zien die mensen het daar ook niet. Die denken heus niet de hele dag dat hun leven zo verschrikkelijk is.’

Het boek is met veel vaart geschreven, eigenlijk net als de energieke levensstijl van Sander. Heb je dat bewust gedaan, om die levensstijl te benadrukken?
Jochem: ‘Nee, hoor, dat is mijn schrijfstijl. Het moet allemaal makkelijk te verstouwen zijn. Natuurlijk ligt het wel in elkaars verlengde. Sander leeft een week in een dag. Als dat belachelijke tempo en die krankzinnige energie worden weerspiegeld in het boek, vind ik het een compliment.’

Sander kende het land al, maar voor jou was Sierra Leone nieuw. Hoe heb je je op je reizen voorbereid?
Jochem: ‘Ik ben dus helemaal geen reiziger. Het is een hoop gedoe. Zeker zo’n land als Sierra Leone staat helemaal niet op mijn verlanglijstje. Ik hou van comfort, van eten dat ik ken…’

Sander: ‘Terwijl hij wel die naam heeft als journalist. Hij staat bekend als een diehard. Maar diep in zijn hartje toch niet. Sierra Leone? Daar moest ‘ie even over nadenken.’

Jochem: ‘Maar ik wist dat het een verhaal was dat ik wilde vertellen. Dat ik daarvoor naar Sierra Leone ging, moest dan maar. Bij Sander thuis hebben we vooraf alle do’s en dont’s doorgenomen. Je mag geen camouflagepak aan, geen vlees eten, nooit zo maar een flesje water van iemand anders aan je lippen zetten ook al heb je nog zo’n dorst. De eerste keer dat ik daar was, liep ik zeer krampachtig rond. Blikjes Cola poetste ik met mijn t-shirt helemaal schoon voordat ik een slok nam. Eigenlijk vond ik het de hele dag door spannend. Daarom was het goed dat ik nog eens ging. Dit keer was ik veel relaxter. Geen rare junglebroek, maar gewoon in spijkerbroek en geen bergschoenen maar teenslippers. Ik stond veel meer open voor wat op me afkwam. Er zijn wel wat hachelijke situaties geweest. Bij een checkpoint stonden ineens zeven man met een Kalasjnikov voor me. Ik kende Kalasjnikovs alleen uit de Panorama.

Sander: ‘Bij het checkpoint hield een man ons tegen, maar ik wist dat het wel goed zou komen. We hadden ons driftkikkertje bij ons, Sawyer (een van de medewerkers van Sanders Sunday Foundation, red.) die boos riep: ‘We hebben de chief hier!’ Die man begreep het niet. Wie was dan de chief. Die witte man? Dat zou toch raar zijn. Hij vroeg waar ik was benoemd tot chief. Toen ik hem dat vertelde, zei hij: ‘Daar kom ik vandaan’. ‘Dan zijn we broers’, antwoordde ik. Ik heb altijd shirts van Sparta bij me. Dus ik gaf hem een shirt, drie maten te klein, daarna moesten we meteen samen op de foto. Onze paspoorten hoefden we niet meer te laten zien. Dat is het spel dat wordt gespeeld.’

Volgende week meer over de stichting van Sander: de Sunday Foundation…

Bestellen

Je kan het boek hier bestellen.